Your browser version is outdated. We recommend that you update your browser to the latest version.

Ideeën hoekje

 

 

Heeft u omtrent District Veluwezoom, de website een goed idee, aanvullingen, mist u iets dan horen wij dit graag en zullen dit op de site zetten zodat leden kunnen reageren. U kunt ons hierover mailen. >>> Klik hier

 BLOG

 


 Uitspraken en betekenis van woorden in de Biljart sport 

23-05-2018

À cheval

moet bij het kaderspel worden geannonceerd als een van de aanspeelballen in een verboden zone ligt en de andere bal (niet de speelbal) tegen diezelfde zone aanligt, dus voor de lijn.

Acquit

De acquitstoot (aanvangsstoot) moet van de rode bal worden gespeeld.Bij de acquitstoot ligt de rode bal op de bovenacquit, de bal van de tegenstander (witte/of wit met stip bal) op de benedenacquit en de speelbal (gele of witte bal) op het rechter- of linker-beneden acquit.

Amortiseren

Het geheel of gedeeltelijk geremd spelen van de speelbal, d.w.z. de speelbal op of iets onder de hartlijn stoten.

Arbiter

Iemand die zelfstandig een biljartwedstrijd leidt.

Biljardé

Als de pomerans de stootbal nog raakt op het moment dat de stootbal in contact komt met de tweede bal of een band, dan spreekt men van een biljardé. (doorduwen).

Butage

In elke biljartzaal of clubhuis hoor je wel eens de term “butage” vallen en de
meeste biljarters weten ook wel wat dit betekent: de speelbal maakt na het treffen van de tweede bal een onbedoeld vreemd sprongetje, om daarna “dood” te vallen. Meestal gebeurt dit bij het spelen van een rustige doorschieter of trekstoot. Waarschijnlijk ontstaat een butage als de speelbal en de aan te spelen bal elkaar treffen op een plek waar nogal wat krijt op de ballen zit. Door de hoge wrijving
van het krijt zal de speelbal belangrijk anders reageren dan de bedoeling was van
de speler. De bal klimt als het ware op de tweede bal (sprongetje) en valt vervolgens
“stil”op de tafel.

Carambole

Een carambole is het met de speelbal raken van de andere 2 ballen nadat de speelbal in beweging is gebracht door een met de pomerans eenmaal toegebrachte stoot. Een carambole is pas geldig wanneer alle ballen tot stilstand zijn gekomen en geen fout is gemaakt.

Carotte

Voor de tegenstander bewust een moeilijk balsituatie achterlaten.

Dedans

Als na een gemaakte carambole de 2 ballen nog steeds in hetzelfde vak liggen dan annonceert de arbiter ‘dedans’ en dient er bij de volgende stoot minimaal 1 bal uit het vak gespeeld te worden.

Doorschieten

De speelbal boven de hartlijn afstoten, waardoor deze verder rolt na het raken van de tweede bal.

Effect

Elke andere beweging aan de bal geven dan de zuiver rollende beweging, d.w.z. beheerst stoten op ongeveer 1 cm boven de hartlijn in het midden van de bal (niet links of rechts van het midden).

Entrée

Indien de te raken 2 ballen in hetzelfde vak komen te liggen dan annonceert de arbiter ‘entré’, indien het om het spel 47/1 gaat dan is er uiteraard sprake van ‘dedans’.

Kader

Spelsoorten waarbij beperkingen worden opgelegd aan het maken van een carambole door vakken op het laken te tekenen.

Ketsen

Ketsen ontstaat als de pomerans (keutop) van de stootbal afglijdt.

Keu

Een (grotendeels) houten stok waarmee de stootbal in beweging wordt gebracht.

Keuvoering

De keuvoering is de wijze waarop de keu gehanteerd wordt.

Krijt

Een blauw kalkblokje. Het kalkpoeder maakt het oppervlak van de pomerans ruw.

Liften

Om een bal dieper onder de hartlijn te kunnen stoten wordt de keu met de achterhand omhoog gehaald.

Massé

Met een sterk gelifte achterhand de stootbal bespelen waardoor de speelbal een voorwaartse curve maakt.

Matchtafel

Een (wedstrijd) biljarttafel met een speelvlak van 284 x 142 cm binnen de banden.

Mikpunt

De plek waar de stootbal (bal 1) naar toe wordt gestoten.

Dit kan bal 2 zijn, maar ook een “losse band”.

Moyenne

Het moyenne (gemiddelde) wordt berekend door het aantal caramboles te delen door de beurten die nodig zijn om deze caramboles te maken.

Nastoot

In een partij hebben beide spelers recht op een gelijk aantal beurten. Is de speler die van acquit ging als eerste uit dan heeft de tweede speler recht op een gelijkmakende beurt (van acquit gespeeld).

Piqué

Een trekstoot waarbij de keu nagenoeg in verticale stand wordt gehouden.

De stootbal rolt terug nadat hij bal 2 heeft geraakt.

Het resultaat van de piqué is te vergelijken met de meer gebruikte trekstoot echter de piqué wordt toegepast als de trekstoot moeilijk is uit te voeren.

Pomerans

Een stukje leer dat op de keutop is gelijmd.

Rappeleren

De stootbal zodanig bespelen dat na het caramboleren de ballen in een gunstige vervolgpositie komen te liggen.

Restée dedans

De bal heeft, na annoncering van dedans door de arbiter, het vak niet verlaten en wordt afgeteld.

Rollijn

De richting waarin de ballen bewegen na de afstoot.

Speelbal

De witte of gele bal (witte met of zonder stip) waarmee de hele partij wordt gespeeld.

Touché

De bal(len) niet reglementair aanraken.

Trekstoot

De stootbal onder de hartlijn bespelen waarbij, na contact met de tweede bal, de stootbal als het ware terug rolt.

Gepost door J. Knoops met dank aan de bron (het Bommeltje)